» Archive for category: ‘Dutch


Peter van Bergeijk in Volkskrant

Category: Dutch

13 Aug 2013

Peter_from_cv

The Dutch newspaper De Volkskrant is currently running a series on the global financial crisis. Each week, an interviewee is held with an expert with interesting and original ideas. This week’s, Saturday 10 August 2013,  interviewee was Peter van Bergeijk. The article is in Dutch. Peter explains how, in his view, the crisis can only be resolved if we start to look at it from a new perspective. We need to look, as he says, at the ant-hill and not just the ants.

 

Got the interview here

De wereld is in hoog tempo aan het veranderen. Hoe beïnvloedt dat een nieuwe ontwikkelingsagenda? Rolph van der Hoeven legt het uit.

Trends
Een ontwikkelingsagenda na 2015 moet van een sterk veranderde wereld uitgaan. Ten minste drie belangrijke nieuwe trends zijn:
– Een aantal opkomende landen, zoals China, India, Brazilië en Zuid-Afrika groeit sneller dan de westerse landen. Hierdoor, en vooral ook vanwege de crisis van 2008,  zijn  de geopolitieke verhoudingen sterk veranderd: opkomende landen hebben een veel grotere stem op het internationale gebied. Indonesië bijvoorbeeld, is lid van de G20, waar mondiale financiële vraagstukken gecoördineerd worden, terwijl Nederland daar niet lid van is.

– De meeste arme mensen wonen niet meer in arme landen maar in middeninkomenslanden.
-Een derde doorgaande trend is dat er weinig gedaan wordt aan de gevolgen voor het milieu en het tegengaan van de klimaatverandering.

Eigen rechten
Parallel aan deze trends zien we een toenemende of nog steeds grote ongelijkheid in middeninkomenslanden, zoals China, India en Brazilië. Deze grote ongelijkheid is  een belangrijke bron van armoede, en komt vaak doordat arme mensen minder rechten, minder opleiding, minder kapitaal  en minder toegang tot markten hebben. Een nieuwe ontwikkelingsagenda moet daarom, naast de nadruk op sociale doelstellingen zoals in de huidige millenniumdoelen, beter de rechten van arme mensen doen gelden. Dat kan door het organiseren van burger-, vrouwen-, kleine boerenorganisaties en vakbonden. Of door gezinnen toegang tot te geven tot markten, bijvoorbeeld als het gaat om marktprijzen via gemeenschappelijke mobiele telefoons, microkredieten of cash transfers. Daarnaast moeten structurele veranderingen bevorderd worden, zodat economische groei meer inclusief wordt (het niet ten koste gaat van een ander) en goede werkgelegenheid oplevert.

Samen sterker
In deze optiek is het ten eerste belangrijk met middeninkomenslanden samen te werken via organisaties die in meerdere landen gehuisvest zijn, door middel van mensenrechtenorganisaties van de VN en internationale arbeidsorganisaties. Een belangrijke rol van deze instellingen is door internationale politieke druk en overeenkomst ervoor te zorgen dat de rechten van arme mensen waar ook ter wereld gewaarborgd worden. Een tweede taak is het beter betrekken van de middeninkomenslanden in de discussie over mondiale publieke goederen (zoals een stabiel klimaat). Ook kan Nederland toezien via het bedrijfsleven dat meer mensen profiteren van investeringen. Tenslotte is het belangrijk om te werken via het  maatschappelijke organisaties (ontwikkelingsorganisaties, vakbonden, boerenorganisaties, vrouwen organisaties ) die burgers aldaar te ondersteunen in hun rechten en hun toegang tot land, kapitaal, krediet en onderwijs helpen te vergroten.

Rolph van der Hoeven is professor Employment and Development Economics aan het Institute of Social Studies (ISS). Hij is daarnaast voorzitter van de commissie Armoedebestrijding en verschuivende armoedepatronen van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Coherentie is the key
De groeiende ongelijkheid in veel Aziatische landen en de nog steeds grote ongelijkheid in Latijns Amerikaanse landen zijn echter niet alleen het gevolg van nationale politieke maatregelen, maar ook het gevolg van verdergaande globalisering. Daarom dient een post 2015 ontwikkelingsagenda meer aandacht te geven aan coherentie, waar ontwikkelingsprogramma’s niet alleen  op elkaar, maar ook op de Nederlandse politiek afgestemd zijn. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu moet niet alleen betrokken zijn met milieu in Nederland, maar moet ook over de grens kijken. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie moet zorgen dat in handelsverdragen ruimte komt voor de armste ontwikkelingslanden, zodat zij beter kunnen exporteren en uit hun armoede kunnen groeien. Het ministerie van Financiën moet na de crisis de nadruk leggen op een beter internationaal financieringssysteem, waar ook plaats is voor de arme landen. Ontwikkelingssamenwerking kan niet meer gezien worden als een geïsoleerd fenomeen, maar als onderdeel van coherente maatregelen om mondiale uitdagingen aan te gaan. Daar profiteren wij later ook van. De begroting van alle ministeries moet daarom duidelijke elementen bevatten voor betere en effectievere  internationale samenwerking.

Grote ongelijkheid
In een ontwikkelingsagenda na 2015 moet ook een duidelijker verband gelegd worden tussen de groeiende of grote ongelijkheid in de meeste ontwikkelingslanden, in Nederland en in andere westerse landen. De verregaande ongecontroleerde mondialisering, de naweeën van de crisis van 2008 en de huidige maatregelen om publieke en private schulden te verminderen laten duidelijk zien dat de positie van de armen en de sociaal zwakkeren in de geïndustrialiseerde landen is uitgegroeid tot een ernstige sociale en politiek probleem. Een nieuwe ontwikkelingsagenda kan en mag hieraan niet voorbij gaan.

Het zou wel uiterst cynisch zijn om in een ontwikkelingsagenda na 2015 wél aandacht te vragen voor ongelijkheid in arme- en middeninkomenslanden, maar niet voor groeiende ongelijkheid in westerse landen. Burgers in die landen hebben evenveel recht om hun regeringen ter verantwoording te roepen voor grotere ongelijkheden als burgers in ontwikkelingslanden dat hebben, zoals de huidige millenniumdoelen beoogden. Het zou bij de nieuwe agenda dus politiek onverstandig zijn om groeiende ongelijkheid in westerse landen te negeren. Deze tast namelijk het draagvlak voor internationale samenwerking aan.

De nieuwe agenda
Een nieuwe ontwikkelingsagenda kan daarom het beste de vorm hebben van een mondiaal sociaal contract, waarin ontwikkelingshulp en andere middelen voor integratie in de wereldeconomie gegarandeerd zouden moeten worden voor de minst ontwikkelde landen. Tegelijkertijd zouden de mensen in alle economieën (geïndustrialiseerde, opkomende, en de minst ontwikkelde) in staat moeten zijn om hun economische, sociale en arbeidsrechten uit te oefenen om een groter aandeel in de nationale groei te verkrijgen. Een gegarandeerd minimum aan sociale bescherming kan hierbij een grote rol spelen.

One World Magazine, 15 Februari 2013

Cinthya Verastegui Effel (ECD student 2011/12)

Het jaar 2013 is door de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Jaar van de Quinoa. De president van Bolivia, Evo Morales, die aangewezen is als ambassadeur van de quinoa, heeft in juni van dit jaar de Floriade in Venlo bezocht om dit gewas te promoten. De Floriade is een bekende, internationale bloemen en tuinbouw tentoonstelling die eens in de tien jaar in Nederland wordt gehouden.

Voedzaam en eerlijk

Bolivia is de belangrijkste producent en exporteur van quinoa. De totale jaaromzet bedraagt ongeveer 49 miljoen euro. De Verenigde Staten waar ruwweg de helft van de totale export naartoe gaat, zijn een belangrijke afnemer, gevolgd door Frankrijk met 16%, Nederland met 11%, Duitsland met 9% en Canada met 4%.

In de laatste tien jaar is de vraag naar quinoa exponentieel toegenomen. Een van de belangrijkste redenen daarvan is de toenemende vraag van consumenten in de geïndustrialiseerde landen van Europa en de VS naar biologische, voedzame en ‘eerlijke’ voedingsmiddelen ofwel ‘fair trade’ producten. Quinoa is een hoogwaardig voedingsgewas met een hoog eiwitgehalte en een laag vetgehalte. Een andere reden voor de toegenomen vraag is het feit dat quinoa geen gluten bevat. Momenteel lijdt 0,4% van de wereldbevolking aan Coeliakie (glutenallergie).

Deze groeiende vraag en populariteit heeft geleid tot een significante prijsstijging. De gemiddelde exportprijs van quinoa is sinds 2005 meer dan verdubbeld van een prijs van 895 euro naar 2.372 euro per ton. Dit heeft op zijn beurt sociaaleconomische gevolgen gehad voor de producenten.

Alhoewel de inkomsten van de producenten gestegen zijn, – de gemiddelde prijs die zij ontvangen bedraagt 73 euro (650 boliviano’s) per kilo – is de prijsstijging in grote mate afhankelijk van de grootte van het land dat deze bezitten. Grote ondernemers met veel land profiteren doorgaans meer. Volgens Ovidio Silvestre Alanoca, quinoakweker in de provincie Ladislao Cabrera van de stad Oruro “…bestaan er ondernemers die 50 of meer hectare bezitten en daardoor echt kunnen profiteren, terwijl anderen slechts tussen de 2 en 5 hectare hebben en niet veel krijgen”.

Risicovol

De handel in quinoa heeft ook enkele negatieve gevolgen gehad voor de gemeenschappen waar zij verbouwd wordt. De winstgevendheid van de handel heeft ertoe geleid dat boeren die eerder geëmigreerd waren naar andere steden, op zoek naar betere omstandigheden, nu terugkeren naar hun oorspronkelijke leefgemeenschappen. Hierbij ontstaan conflicten over het grondbezit, omdat de gronden die zij hebben verlaten door andere boeren in gebruik zijn genomen om quinoa te verbouwen.

Ook zorgt de winstgevendheid voor prikkels voor de producenten om zich uitsluitend op quinoa toe te leggen. Het gevolg is dat land met gewassen in de laatste tien jaar voortdurend is toegenomen en beduidend is gegroeid. Momenteel is er ongeveer 50.375 hectare landbouwgrond, terwijl dat tien jaar geleden nog 33.428 hectare was. Dit heeft geleid tot het meer en meer verdwijnen van andere activiteiten zoals het fokken van lama’s, omdat er steeds minder ruimte is voor dergelijke activiteiten.

Dit betekent dat ondanks de winstgevendheid van de quinoa handel de producenten in een erg kwetsbare positie zitten. Door de monocultuur is het inkomen van de producenten afhankelijk van een enkele economische activiteit en dat is een behoorlijk risicovolle situatie voor de stabiliteit van de lokale economie. Volgens Freddy Mamani, secretaris van de Permanente Vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties, kan een jaar met vorst ernstige verliezen veroorzaken voor de producent, want “…als er een vorstperiode optreedt die samenvalt met de bloeitijd heeft een kweker misschien maar een opbrengst van één kilo quinoa in plaats van twintig”.

Bodemkwaliteit

Deze kwetsbaarheid wordt nog groter als we rekening houden met de achteruitgang van de bodemkwaliteit door de intensieve productie. De opbrengst van de quinoa is in de laatste jaren gedaald. Was de opbrengst in 2002 nog 0,69 ton per ha, in 2007 was die nog maar 0,46 ton per ha. Volgens een studie van het programma voor strategisch onderzoek in Bolivia (PIEB in het Spaans) planten de producenten, gestimuleerd door de hoge prijzen, quinoa zonder dat de grond tijd krijgt om te herstellen. En omdat ze dat ook nog doen zonder noodzakelijke voorzorgmaatregelen te treffen, is de grond overgeleverd aan erosie, veroorzaakt door de sterke winden in dit gebied.

Hiermee zie je dat globalisering ook optreedt in de quinoa handel; het is duidelijk dat de behoefte van de consumenten in de geïndustrialiseerde landen bijna direct zijn weerslag heeft op het welzijn van de producenten in ontwikkelingslanden. Hoewel de prijzen voor quinoa door de toegenomen populariteit exponentieel zijn gestegen, kunnen we er niet van uitgaan dat de producenten daar in economisch opzicht in dezelfde mate van profiteren, omdat de groeiende consumptie en handel in quinoa heeft ook diverse negatieve gevolgen heeft.

Cinthya studeerde aan het Instituut voor Sociale Studies in Nederland en is onlangs teruggekeerd van haar veldwerk voor haar masterscriptie economie.
(Uit het Spaans vertaald door Lydia Stoots)

 


International Institute of Social Studies

Economics of Development (ECD) is a Major in the MA in Development Studies. This blog provides a platform for discussion for researchers, students and others interested in this field of studies. The blog is administered by the ECD teaching team.