» Archive for: January, 2013


Cinthya Verastegui Effel (ECD student 2011/12)

Het jaar 2013 is door de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Jaar van de Quinoa. De president van Bolivia, Evo Morales, die aangewezen is als ambassadeur van de quinoa, heeft in juni van dit jaar de Floriade in Venlo bezocht om dit gewas te promoten. De Floriade is een bekende, internationale bloemen en tuinbouw tentoonstelling die eens in de tien jaar in Nederland wordt gehouden.

Voedzaam en eerlijk

Bolivia is de belangrijkste producent en exporteur van quinoa. De totale jaaromzet bedraagt ongeveer 49 miljoen euro. De Verenigde Staten waar ruwweg de helft van de totale export naartoe gaat, zijn een belangrijke afnemer, gevolgd door Frankrijk met 16%, Nederland met 11%, Duitsland met 9% en Canada met 4%.

In de laatste tien jaar is de vraag naar quinoa exponentieel toegenomen. Een van de belangrijkste redenen daarvan is de toenemende vraag van consumenten in de geïndustrialiseerde landen van Europa en de VS naar biologische, voedzame en ‘eerlijke’ voedingsmiddelen ofwel ‘fair trade’ producten. Quinoa is een hoogwaardig voedingsgewas met een hoog eiwitgehalte en een laag vetgehalte. Een andere reden voor de toegenomen vraag is het feit dat quinoa geen gluten bevat. Momenteel lijdt 0,4% van de wereldbevolking aan Coeliakie (glutenallergie).

Deze groeiende vraag en populariteit heeft geleid tot een significante prijsstijging. De gemiddelde exportprijs van quinoa is sinds 2005 meer dan verdubbeld van een prijs van 895 euro naar 2.372 euro per ton. Dit heeft op zijn beurt sociaaleconomische gevolgen gehad voor de producenten.

Alhoewel de inkomsten van de producenten gestegen zijn, – de gemiddelde prijs die zij ontvangen bedraagt 73 euro (650 boliviano’s) per kilo – is de prijsstijging in grote mate afhankelijk van de grootte van het land dat deze bezitten. Grote ondernemers met veel land profiteren doorgaans meer. Volgens Ovidio Silvestre Alanoca, quinoakweker in de provincie Ladislao Cabrera van de stad Oruro “…bestaan er ondernemers die 50 of meer hectare bezitten en daardoor echt kunnen profiteren, terwijl anderen slechts tussen de 2 en 5 hectare hebben en niet veel krijgen”.

Risicovol

De handel in quinoa heeft ook enkele negatieve gevolgen gehad voor de gemeenschappen waar zij verbouwd wordt. De winstgevendheid van de handel heeft ertoe geleid dat boeren die eerder geëmigreerd waren naar andere steden, op zoek naar betere omstandigheden, nu terugkeren naar hun oorspronkelijke leefgemeenschappen. Hierbij ontstaan conflicten over het grondbezit, omdat de gronden die zij hebben verlaten door andere boeren in gebruik zijn genomen om quinoa te verbouwen.

Ook zorgt de winstgevendheid voor prikkels voor de producenten om zich uitsluitend op quinoa toe te leggen. Het gevolg is dat land met gewassen in de laatste tien jaar voortdurend is toegenomen en beduidend is gegroeid. Momenteel is er ongeveer 50.375 hectare landbouwgrond, terwijl dat tien jaar geleden nog 33.428 hectare was. Dit heeft geleid tot het meer en meer verdwijnen van andere activiteiten zoals het fokken van lama’s, omdat er steeds minder ruimte is voor dergelijke activiteiten.

Dit betekent dat ondanks de winstgevendheid van de quinoa handel de producenten in een erg kwetsbare positie zitten. Door de monocultuur is het inkomen van de producenten afhankelijk van een enkele economische activiteit en dat is een behoorlijk risicovolle situatie voor de stabiliteit van de lokale economie. Volgens Freddy Mamani, secretaris van de Permanente Vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties, kan een jaar met vorst ernstige verliezen veroorzaken voor de producent, want “…als er een vorstperiode optreedt die samenvalt met de bloeitijd heeft een kweker misschien maar een opbrengst van één kilo quinoa in plaats van twintig”.

Bodemkwaliteit

Deze kwetsbaarheid wordt nog groter als we rekening houden met de achteruitgang van de bodemkwaliteit door de intensieve productie. De opbrengst van de quinoa is in de laatste jaren gedaald. Was de opbrengst in 2002 nog 0,69 ton per ha, in 2007 was die nog maar 0,46 ton per ha. Volgens een studie van het programma voor strategisch onderzoek in Bolivia (PIEB in het Spaans) planten de producenten, gestimuleerd door de hoge prijzen, quinoa zonder dat de grond tijd krijgt om te herstellen. En omdat ze dat ook nog doen zonder noodzakelijke voorzorgmaatregelen te treffen, is de grond overgeleverd aan erosie, veroorzaakt door de sterke winden in dit gebied.

Hiermee zie je dat globalisering ook optreedt in de quinoa handel; het is duidelijk dat de behoefte van de consumenten in de geïndustrialiseerde landen bijna direct zijn weerslag heeft op het welzijn van de producenten in ontwikkelingslanden. Hoewel de prijzen voor quinoa door de toegenomen populariteit exponentieel zijn gestegen, kunnen we er niet van uitgaan dat de producenten daar in economisch opzicht in dezelfde mate van profiteren, omdat de groeiende consumptie en handel in quinoa heeft ook diverse negatieve gevolgen heeft.

Cinthya studeerde aan het Instituut voor Sociale Studies in Nederland en is onlangs teruggekeerd van haar veldwerk voor haar masterscriptie economie.
(Uit het Spaans vertaald door Lydia Stoots)

 


International Institute of Social Studies

Economics of Development (ECD) is a Major in the MA in Development Studies. This blog provides a platform for discussion for researchers, students and others interested in this field of studies. The blog is administered by the ECD teaching team.