WW-uitkering en medische urenbeperking

In: Sociale zekerheidsrecht - werkloosheid

4 Jul 2013

Inleiding

Op 5 juni jl. deed de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een uitspraak over artikel 16 lid 10 (oud) WW (het huidige artikel 16 lid 6 WW), waarin een bijzondere regeling is opgenomen voor de verzekerde met een medische urenbeperking. De regeling ziet op verzekerden die bij een WIA-beoordeling voor minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn beoordeeld – en dus geen recht hebben op een WIA-uitkering – terwijl het UWV wel een medische urenbeperking heeft vastgesteld. In het kader van de WW wordt deze verzekerde in artikel 16 lid 10 (oud) WW tegemoet gekomen. De CRvB heeft zich uitgesproken over de uitleg van deze bepaling. De letterlijke wettekst is volgens de CRvB volkomen duidelijk en laat geen ruimte voor misverstand. Dat pakt in dit geval nadelig uit voor de verzekerde.

Feiten

Betrokkene is in juli 2008 uitgevallen voor haar werkzaamheden als verkoopmedewerkster (omvang van 23,91 uur per week). In het kader van een aanvraag voor een WIA-uitkering is door het UWV vastgesteld dat betrokkene gedurende twintig uur per week voor arbeid belastbaar is. In oktober 2009 heeft betrokkene de werkzaamheden in een aangepaste functie hervat, laatstelijk in een omvang van zestien uur per week. De feitelijk gerealiseerde verdiensten in de aangepaste functie leidden er toe dat de mate van arbeidsongeschikt op minder dan 35% is vastgesteld, zodat betrokkene niet in aanmerking is gebracht voor een WIA-uitkering. Nadat het UWV eerst met ingang van 29 juli 2010 een WW-uitkering heeft toegekend gebaseerd op een verlies van acht arbeidsuren per week, is deze uitkering bij besluit van 9 november 2010 herzien. Volgens het UWV is betrokkene door haar medische toestand nog in staat om twintig uur per week te werken en werkt zij daadwerkelijk zestien uur per week bij haar eigen werkgever, zodat zij slechts vier uur per week werkloos is te achten. Betrokkene heeft derhalve geen recht op een WW-uitkering. Anders dan de rechtbank, verklaart de CRvB het ingestelde beroep ongegrond. De tekst en bewoordingen van artikel 16 lid 10 (oud) WW zijn helder en laten geen ruimte voor misverstand. De stelling van betrokkene dat een grammaticale uitleg de betreffende bepaling van iedere of vrijwel iedere zin berooft, wordt niet gevolgd.

Artikel 16 lid 10 (oud) WW

De onderhavige uitspraak verschaft duidelijkheid over de uitleg van artikel 16 lid 10 (oud) WW. Bij mijn weten is het voor eerst dat de CRvB zich hierover expliciet heeft uitgelaten. In artikel 16 lid 10 (oud) WW is bepaald dat indien bij een beoordeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Wet WIA is vastgesteld dat de werknemer voor een geringer aantal uren belastbaar is dan gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring als bedoeld in artikel 1 van die wet, doch minder dan 35% arbeidsongeschikt is, onder de in het eerste lid bedoelde arbeidsuren per kalenderweek wordt verstaan: het aantal uren dat die werknemer belastbaar is, tenzij dit leidt tot een hoger aantal uren. Met de inwerkingtreding van de Verzamelwet SZW 2013 per 1 juli 2013 regelt artikel 16 lid 6 WW nu overigens ook voor de Ziektewet dat als het aantal kalenderuren dat de betrokkene vóór zijn arbeidsurenverlies werkte het aantal uren genomen wordt dat hij belastbaar is, tenzij dit leidt tot een hoger aantal uren.

Arbeidsuren bij medische urenbeperking

In de onderhavige zaak is in geschil van welk gemiddeld aantal arbeidsuren dient te worden uitgegaan: 20 uur of 23,91 (afgerond 24) uur. Het UWV heeft zich op grond van artikel 16 lid 10 (oud) WW met succes op het standpunt gesteld dat de omvang van het recht op een WW-uitkering van de werknemer met een medische urenbeperking wordt gebaseerd op het aantal uren dat hij in staat is arbeid te verrichten (in dit geval twintig uur). Omdat betrokkene zestien uur per week werkte, heeft zij niet ten minste vijf arbeidsuren verloren. Ter onderbouwing heeft het UWV verwezen naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Invoering en financiering WIA (Kamerstukken II 2004/05, 30118, nr. 3, blz. 58). Daaruit volgt dat om te voorkomen dat de werknemer met een medische urenbeperking slechts recht krijgt op een gedeeltelijke WW-uitkering, de WW wordt aangepast in die zin dat de omvang van het recht op WW-uitkering van deze werknemer wordt gebaseerd op het aantal uren dat hij in staat is om arbeid te verrichten. Zonder deze regeling zou de medische urenbeperking negatieve gevolgen hebben voor de hoogte van de WW-uitkering, omdat de werknemer slechts beschikbaar kan zijn voor arbeid voor minder uren dan hij vroeger werkzaam was. In de memorie van toelichting wordt daarbij als voorbeeld genoemd de werknemer die altijd 40 uur werkte en door ziekte nog slechts 30 uur kan werken. Deze persoon kan minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn en dus geen recht hebben op een WGA-uitkering. De WW-uitkering zou 30/40 van 70% van het dagloon bedragen, terwijl degene die wel 40 uur zou kunnen werken aanspraak zou maken op een uitkering van 40/40 van 70% van het dagloon.

Een gunstige regeling?

Op grond van de memorie van toelichting oordeelt de rechtbank dat de wetgever heeft bedoeld een gunstiger regeling te treffen voor verzekerden met een medische urenbeperking. Een strikt taalkundige uitleg van artikel 16 lid 10 (oud) WW sluit hierbij niet aan, omdat een dergelijke uitleg in het nadeel van betrokkene is. In hoger beroep heeft betrokkene in aanvulling hierop nog gesteld dat de grammaticale lezing artikel 16 lid 10 (oud) WW berooft van elke of vrijwel elke zin. De CRvB gaat hier niet in mee. De bedoeling van de wetgever (het voorkomen dat een werknemer met een medische urenbeperking slechts recht krijgt op een gedeeltelijke WW-uitkering) is met de wijziging van artikel 16 lid 10 (oud) WW gerealiseerd. Dat de toepassing van het artikellid in het geval van betrokkene nadelig zou uitvallen, is geen aanleiding om van de duidelijke bewoordingen af te wijken.

Conclusie

De CRvB geeft een helder oordeel: artikel 16 lid 10 (oud) WW dient strikt taalkundig te worden uitgelegd, ook als dat in een voorkomend geval voor de betrokkene nadelig uitpakt. Verzekerden met een medische urenbeperking dienen zich dus bewust te zijn van het feit dat hoewel de wetgever heeft beoogd de negatieve gevolgen voor de hoogte van de WW-uitkering op te heffen, dit niet betekent dat toepassing van artikel 16 lid 10 (oud) WW in elk individueel geval (in dit geval in het kader van het recht op WW) tot een gunstige uitkomst leidt.

Mr. E. van Vliet, docent/onderzoeker ESL

1 Response to WW-uitkering en medische urenbeperking

Avatar

Sanne

March 20th, 2014 at 11:34 am

Ik vind het allemaal ook altijd erg ingewikkeld en kan in mijn ogen zeker makkelijker gemaakt worden.

Comment Form

*

Erasmus School of Law

In een werkstad als Rotterdam is arbeidsrecht elke dag onderwerp van discussie. Een in arbeidsrechtelijke vraagstukken gespecialiseerde sectie kan dan ook niet ontbreken binnen Erasmus School of Law te Rotterdam. De sectie Arbeidsrecht is een jong en dynamisch team van arbeidsrechtspecialisten. Blijf op de hoogte van de wervelende dynamiek binnen dit wetenschappelijke vakgebied en het praktische werkveld: het arbeidsrecht volgens de Rotterdamse school!

Decaan ESL

  • Sanne: Ik vind het allemaal ook altijd erg ingewikkeld en kan in mijn ogen zeker makkelijker gemaakt worden [...]
  • Ruud Eisenberger: Wellicht een domme vraag van mijn kant: een voorbeeld: (i) Ktr ontbindt op 15 oktober aovk (ii) tege [...]
  • M.Maasman: Interessant, dit @Sigrid, hartelijk dank voor beantwoording van mijn vraag @Wim, de vraagstukken die [...]
  • Wim Spijker: Deze verwevenheid gaat misschien nog wel verder. Stel dat die opdrachtnemer premies sociale verzeker [...]
  • Sigrid Hemels (hoogleraar belastingrecht EUR): In antwoord op de vraag van M. Maasman hoe een opdrachtgever een beroep aantoont het volgende. Artik [...]