3 maal 2 is 2! De verdubbeling van de opzegtermijn voor de werkgever, wiedewiede wie wil van mij leren?

In: Arbeidsrecht - ontslagrecht

12 Jun 2013

1.            Inleiding

Het Gerechtshof Den Haag deed op 16 april jongslede een interessante uitspraak over de toepassing van artikel 7:672 lid 6 BW: de verdubbeling van de opzegtermijn aan de kant van de werkgever ten aanzien van de opzegtermijn van de werknemer. Een simpele vermenigvuldiging was uiteindelijk niet wat het hof in gedachte had…

2.            De feiten

Werknemer is op 20 april 2005 bij werkgever in dienst getreden als inkoopadviseur. In de arbeidsovereenkomst staat over de opzegtermijnen het volgende opgenomen: “Bij tussentijdse opzegging zal er sprake zijn van een opzegtermijn van drie maanden.(…) “.  Met toestemming van het UWV WERKbedrijf is de arbeidsovereenkomst eind november 2009 tegen 31 december 2009 opgezegd. Werknemer vordert gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging, de werkgever had namelijk een opzegtermijn van zes maanden moeten hanteren in plaats van een maand vond de werknemer. De kantonrechter heeft deze vordering grotendeels toegewezen.

3.            Beoordeling van het Hof

Het hof oordeelt anders dan de kantonrechter. Deze zegt dat het niet duidelijk is voor wie van de partijen de opzegtermijn van drie maanden gold, zodat het hof het er voor houdt dat de termijn voor beide partijen gelding had. Dit acht het hof strijdig met artikel 7:672, lid 3 j° lid 6 BW. De opzegtermijn voor de werkgever moet namelijk het dubbele bedragen van die van de werknemer., indien wordt afgeweken van de wettelijke opzegtermijn.  Aan dat wettelijke voorschrift is dus niet voldaan, nu beide partijen dezelfde opzegtermijn moeten hanteren. Naar het oordeel van het hof betekent dat echter niet dat de opzegtermijn voor de werkgever automatisch zes maanden bedraagt. Het hof beredeneert hierbij dat, blijkens de wetsgeschiedenis , artikel 7:672 lid 6 BW enkel ter bescherming van de werknemer sterkt. Het gevolg van het overeenkomen van een langere opzegtermijn die voor beide partijen gelijk is, is slechts dat de werknemer op grond van artikel 3:40 lid 2 BW een beroep toekomt op de vernietigbaarheid van de voor hemzelf geldende termijn van opzegging. Dat is hier niet aan de orde; het gaat hier om de voor de werkgever geldende opzegtermijn. Het beroep op de vernietigbaarheid leidt er dus niet toe, zoals door de kantonrechter geoordeeld en door werknemer betoogd, dat de opzegtermijn van de werkgever wordt verlengd. Het hof ziet ook geen heil in een totale nietigheid van het beding, waarbij terug wordt gevallen op de wettelijke bepalingen omtrent het opzeggen van een arbeidsovereenkomst.  De conclusie van het hof is dan ook dat de werkgever een opzegtermijn had van drie maanden. Deze bedraagt uiteindelijk maar twee maanden vanwege de aftrek van één maand ex lid 4 van artikel 7:672 BW. De werkgever heeft met de gehanteerde termijn van een maand onregelmatig opgezegd, dit had twee maanden moeten zijn. Is dit oordeel van het hof op een lijn met de opinie van de wetgever en andere jurisprudentie?

  4.            Een werknemer beschermende regel?

Blijkens de parlementaire geschiedenis zijn bepalingen die strijdig zijn met de wettelijke bepalingen rondom de opzegtermijnen nietig en gelden in plaats daarvan de wettelijke opzegtermijnen.  De wetgever zegt namelijk:

“Ook andere met de nieuwe wet strijdige contractuele opzegtermijnen zijn door de onmiddellijke werking van de wet nietig. In het onderhavige voorbeeld is de gemaakte afspraak tussen partijen over een gelijke opzegtermijn in strijd met het bepaalde in artikel 672 lid 6 Boek 7 BW en derhalve nietig.”

Dit zal dus betekenen dat men terugvalt op de wettelijke termijnen, of conversie ex art. 3:42 BW zal moeten toepassen. Bij conversie reist vervolgens weer de vraag wiens termijn moet converteren, die van de werknemer of de werkgever? Moet in dit geval de termijn van de werknemer worden verdubbeld voor de werkgever (3 x 2 = 6) of de termijn van de werkgever worden gehalveerd voor de werknemer (3:2= 1,5)?

5.            Eenduidige oordelen?

In de rechtspraak is er over dit vraagstuk verschillend geoordeeld. De Rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde een jaar geleden nog dat de werknemersbescherming voorop staat bij dit leerstuk en koos daarbij voor de beste oplossing voor de werknemer. In dat geval was een terugval op de wettelijke termijn het meest positief voor de werknemer, zonder dat het beroep op nietigheid werd gehonoreerd. Dezelfde rechtbank oordeelde in 2006 dat vernietigbaarheid de enige mogelijkheid is, maar koos toen voor verdubbeling aan de kant van de werkgever omwille van de eerder genoemde beschermingsgedachte. De kantonrechter van de Rechtbank Groningen oordeelde in afwijking daarvan juist dat er sprake is van nietigheid bij een eventuele strijdigheid, en viel terug op het wettelijke systeem zonder conversie. De wens van de wetgever tot nietigheid van een strijdige bepaling komt veelal niet (goed) tot uitdrukking en de uitspraken rondom de regeling zijn vaak erg verschillend.

6.            Conclusie: de jurist als wiskundige

Juristen houden niet van rekenen. Deze zaak laat zien waarom.  Het is de som die vaak onduidelijk kan zijn en daarmee leidt tot verschillende uitspraken en onzekerheid. Wellicht tijd dat de wetgever ingrijpt met een duidelijke en simpele regeling.

 

M. Kroondijk, docent sectie Arbeidsrecht ESL

 

Comment Form

*

Erasmus School of Law

In een werkstad als Rotterdam is arbeidsrecht elke dag onderwerp van discussie. Een in arbeidsrechtelijke vraagstukken gespecialiseerde sectie kan dan ook niet ontbreken binnen Erasmus School of Law te Rotterdam. De sectie Arbeidsrecht is een jong en dynamisch team van arbeidsrechtspecialisten. Blijf op de hoogte van de wervelende dynamiek binnen dit wetenschappelijke vakgebied en het praktische werkveld: het arbeidsrecht volgens de Rotterdamse school!

Decaan ESL

  • Sanne: Ik vind het allemaal ook altijd erg ingewikkeld en kan in mijn ogen zeker makkelijker gemaakt worden [...]
  • Ruud Eisenberger: Wellicht een domme vraag van mijn kant: een voorbeeld: (i) Ktr ontbindt op 15 oktober aovk (ii) tege [...]
  • M.Maasman: Interessant, dit @Sigrid, hartelijk dank voor beantwoording van mijn vraag @Wim, de vraagstukken die [...]
  • Wim Spijker: Deze verwevenheid gaat misschien nog wel verder. Stel dat die opdrachtnemer premies sociale verzeker [...]
  • Sigrid Hemels (hoogleraar belastingrecht EUR): In antwoord op de vraag van M. Maasman hoe een opdrachtgever een beroep aantoont het volgende. Artik [...]